banner12.png

fblogo

 

Later als ik groot ben...

Later als ik groot ben,

en net zo oud word als Paul Harland

Je hebt van die dagen dan denk je terug aan het verleden. Naarmate je ouder wordt, heb je dat vaker. Ik beschouw mezelf niet als oud, maar ook niet als de jongste. De laatste dagen was ik bezig met het inrichten van mijn eigen websites en daarbij kwam regelmatig de naam Paul Harland voorbij. Ik heb immers regelmatig met Paul verhalen geschreven en ik was ook een van de weinigen in de wereld aan wie hij het vertalen van zijn werk toevertrouwde. En dan ga je toch weer even nadenken. En dan kom je op de site van de Paul Harland Prijs terecht en je vindt nog eens wat informatie op het Internet over Paul en dan denk je terug aan die hele lange tijd geleden...


Hoe zat het ook alweer?

De eerste keer dat ik Paul Harland tegenkwam was tijdens de uitreiking van de King Kong Award 1991, nu twintig jaar geleden. Het was het jaar na de Worldcon in Den Haag en ditmaal was iedereen bijeen in het Atlanta Hotel in Rotterdam. Ik was uitgenodigd om aanwezig te zijn bij de uitreiking van de King Kong Award. Mijn eerste aanraking met het fenomeen science fiction conventie, dat was al shockerend op zich. Nerveus, want je weet maar nooit. Het werd uiteindelijk de Rob Vooren Prijs voor beste nieuwkomer. Shock nummer twee. Positief overigens. Het is wat wazig, maar er staat me iets bij dat Paul naar me toekwam en vroeg of we een keer konden afspreken want het leek hem wel een keer iets om samen een verhaal te schrijven. Shock nummer drie. Daarna hebben we geloof ik ergens chinees gegeten met een paar schrijvers samen. Grappig hoe je geheugen wazig wordt na twintig jaar. Als ik kijk naar een paar van de foto’s uit die tijd, dan komt er wel weer een en ander bij me terug. Ik zat nog in mijn haarverlies-ontkennings-fase. Lange paardestaart. En ik droeg mijn zwart-witte woon-kabeltrui, maar dat kan ook het jaar erna zijn geweest. Waar dat ding ooit gebleven is. Die mis ik nog steeds. Ik herinner me nog wel heel goed gesprekken met Dan Simmons die dat jaar eregast was en zijn toespraken maakten een grote indruk op me. Ook Orson-Scott Card was aanwezig en die is me ook bijgebleven.

Tussen Kerst en oud-en-nieuw reisde ik twee keer naar Utrecht. Immers, ik had een OV kaart als student, dus voor mij was dat makkelijk. En Paul had natuurlijk zijn eigen huis, ik had een kamertje, dus dat was allemaal wat makkelijker. Een van die keren werd ik nog lastig gevallen op de roltrap van Utrecht Centraal door een junk. Nee, geen langdurige trauma’s aan overgehouden. Van de junk weet ik het niet. Dat soort dingen blijft je dan bij. Hij woonde in het centrum van Utrecht, vlak voorbij de Dom gezien vanuit het station, kwartiertje lopen meen ik me te herinneren.

In zijn ruime woonkamer, grijze vloerbedekking, een wand rechts bij binnenkomst vol met boekenkasten, de andere wand ertegenover op zich vrij, maar tafels met computer en keyboards, aan de raamkant wat lage kastjes en een grote bank. En dozen boeken en bladen. En losse stapels boeken. En een doos met kabeltjes en electronica-frutsels. De zwart-wit foto van zijn grote liefde aan de muur. ‘Hij kon urenlang geobsedeerd naar een vliegje kijken. Dit was zo’n moment.’ Paul had de foto zelf genomen. Hij vertelde me die eerste dag wat over zijn leven en hoe hij zijn vroege jaren de wereld over had gereisd en fotografie opdrachten had uitgevoerd. We waren allebei Ram, vlak na elkaar jarig, Paul alleen wat jaartjes ouder dan ik. Vervolgens even wat drinken, grote bekers koffie, en wat lekkere hapjes op tafel en dan overleggen en brainstormen over het hoe en wat en waarom. En dan kom je erachter hoe iemand in elkaar zit. Dan merk je hoe menselijk de persoon Paul Harland eigenlijk is, hoewel hij in een bepaald opzicht natuurlijk achter dat pseudoniem leefde en zelden het achterste van zijn tong liet zien. Dan vind je uit hoe diep zijn gedachtenwereld eigenlijk is en verbaas je je over hoeveel de man aan kennis in zijn hoofd heeft opgeslagen en de rijke details over van alles die hij weet op te lepelen. Paul had een ijzersterk geheugen. Niet voor alles, dat vond ik wel uit, maar wel voor heel veel. Ik vroeg hem naar het toch wel prominente litteken in zijn nek. Infectie, ze moesten wat wegsnijden. Geen opsmuk, geen moeilijke dingen, dat was wat het was. Raar genoeg, besef ik me nu, heb ik juist dat van hem overgenomen: het is wat het is.
Ons eerste overleg was vruchtbaar. We wisten wat we wilden: een tijdreis verhaal met een twist. Waarom? Omdat er daar te weinig van waren in Nederland. Zo simpel kan het zijn. Ik was in die tijd gefascineerd door Napoleon, Paul was altijd gecharmeerd geweest van Oscar Wilde. ‘Little boys should be obscene and not heard.’ Dat was zijn favoriete Wilde quote. Dus die moesten er als hoofdpersonen in komen. En zo gaandeweg ontstond het idee voor Retrometheus. De muziek ging aan, redelijk hard, iets experimenteels, maar rustig genoeg dat ik me kon concentreren. Paul ging achter zijn PC zitten, ik kreeg het laptopje en we schreven een kleine synopsis van stukken die we nodig hadden. En begonnen te schrijven. De eerste paar duizend woorden waren al snel klaar en toen gingen we een van Pauls specialiteiten eten: rijk gevulde pindasoep. Ik heb geen vergelijkingsmateriaal, maar het was verdomd lekkere soep. Daarna meer schrijfwerk tot een uur of elf, ik naar huis met een van de laatste treinen en de volgende ochtend weer vroeg richting Utrecht voor de volgende fase.

De tweede dag was meer van hetzelfde, maar nu kwam er al meer discussie over een aantal van de detailpunten in het verhaal. Daar kwamen we verbazingwekkend snel uit met elkaar en het tempo lag hoog. Feitelijk schreven we de kern van het verhaal die dag af, zo’n 10.000 woorden en de maanden daarna wisselden we met name gedachten en verbeteringen uit, tot het moment was gekomen het verhaal in te sturen, hetgeen Paul voor zijn rekening nam. Wat ook de reden is dat er twee edits van het verhaal zijn, één met de laatste wijzigingen van Paul erin, één met mijn laatste wijzigingen erin.
We vierden het succesvol afronden van het verhaal met een bezoekje aan een restaurant aan de Utrechtse grachten, Mejufrouw Janssens genaamd. Paul kende het restaurant, vond het goed, en vond de gelijkenis met mijn achternaam om de een of andere reden bijzonder grappig. Twee gedenkwaardige dagen. Het verhaal won de King Kong Award van 1992.
We hadden nog wat discussies over de organisatie, maar Paul deed dat af met zijn favoriete: ‘ze zijn zo interessant als het vier tons standbeeld van een dode hond,’ en liet het daarbij.

In de jaren erna liep ik Paul natuurlijk met regelmaat tegen het lijf. Conventies, SF-Cafe in Den Haag, uitreikingen, bezoekjes aan Roelof Goudriaan waar we beiden aanwezig waren. Immers, Paul publiceerde zijn werk bij Babel Publications dat ik in 1993 met Roelof begonnen was. Dus ook regelmatig overleg over artwork, verhalen, de minimale redactie die daarvoor nodig was, Paul was immers een bovenmatig perfectionist.

Ik raakte Paul een beetje uit het oog toen ik klaar was met studeren en begon met werken. Je merkt dan toch dat je je tijd besteedt aan je werk en minder aan schrijven. Life happens en dat gold ook voor mij. Het werd een tijdje stil en ik sprak Paul nog maar zelden, maar wanneer ik hem dan sprak, dan was hij voor mij de Paul Harland die ik had leren kennen als een goed en plezierig en bijzonder scherp mens.

En toen kwam het telefoontje van zijn overlijden. En dan merk je hoeveel deze man eigenlijk voor je betekend heeft, ook al zag je hem weinig meer. Ik was er kapot van. Ik ben een paar dagen later samen met Michael en Ed del Pino naar de crematie geweest waar heel veel vrienden, familie en bekenden bij elkaar waren om afscheid te nemen en dat was emotioneel en heel droevig.

Paul Harland of Paul Smit zoals je werkelijk heette, ik ben nu bijna net zo oud als jij was toen je leven abrupt eindigde. Je hebt me altijd stof tot nadenken gegeven en blijkbaar doe je dat nog steeds. Bedankt.

‘Met hapjes,’ zoals Paul dan zou antwoorden.


Hilversum, 8 oktober 2011



Relevante links:
 

Paul Harland Prijs

Verschijnsel-uitgaven van Paul Harland

Fantastische Vertellingen-uitgaven van Paul Harland

auteurssite van Mike Jansen

(c) 2011 Mike Jansen. Alle rechten voorbehouden.

Een versie van dit artikel verschijnt in Holland SF, december 2011

 
 
 
 
 

Joomla Templates by Joomla51.com